Hoe het kwam
Start Omhoog Hoe het kwam Been amputatie? Wat is het vervolg? Andere verhalen

 

 

" Gewoon domme, domme pech" 

Maandag 20 november 2000

Ik ben 37 jaar, getrouwd en twee kinderen. Zoals zo vaak ben ik thuis op de motor gestapt en gereden naar mijn werk. Dit is het begin van een "gewone" werkdag in Arnhem. Ik vertrek omstreeks 12.30 uur. Ik rij eerst in de richting van Nijmegen. In Nijmegen moest ik nog iets regelen. Op weg naar Nijmegen bedenk ik mij dat de motor voor een grote beurt weggebracht zou moeten. Nu is die grote beurt niet zo spectaculair. Ik hield immers de motor goed in de gaten, lette op versleten remblokken, banden, lette op het oliepeil etc. Ik wilde gewoon zeker weten dat het technisch met de motor voor elkaar zou zijn, vandaar dat ik de motor altijd breng naar een erkend onderhoudsbedrijf genaamd Multimotor in Arnhem.Vandaag was het dus ook weer de tijd voor een grote onderhoudsbeurt, nieuwe olie, nieuwe remblokken en mogelijk een nieuwe achterband. In deze motor, Yamaha 900 Diversion heb ik veel vertrouwen.

Ter hoogte van het Voetbalstadion Gelredome in Arnhem keer ik mijn motor en rij weer op de Pleijweg in de richting van de A12 in Arnhem. Gekomen op de Pleijweg merk ik dat het behoorlijk druk begint te worden en dat omstreeks 13.45 uur. In eerste instantie rij ik op de rechterrijstrook van de Pleijweg. Op de rechterrijstrook begint het mij te vervelen en schuif op naar de linkerrijstrook. Op de brug over de Rijn, passeer ik een gele passagiersbus. Ik rij met een snelheid van ongeveer 120 kilometer/uur op de linkerrijstrook. Over de brug in de afdaling, bedenk ik mij dat men wel eens heeft verteld dat de 2e flitskast werkt. Ik begin vervolgens iets bij te remmen, om de snelheid van 120 km/uur terug te brengen naar 100 km/uur. Op het moment dat ik de voorrem beroer, schuift zonder enige waarschuwing het voorwiel weg. Het eerste wat ik roep is: "SHIT". Ik merk dat de motor naar rechts wegschuift. Ik kom vervolgens te vallen, in de val flitsen mij twee zaken voorbij, n.l. ik hoop dat het verkeer achter mij stopt en ik hoop dat ik niet met het hoofd tegen de pijlers van de vangrail aan bots.

Tijdens het glijden zie ik links en rechts van mij, asfalt voorbij schieten. Ik kom vervolgens tot stilstand, bij naar later blijkt, hectometerpaal 25.1 op de Pleijweg in Arnhem. Ik kijk in de richting van de Westervoortsedijk in Arnhem en lig in het midden van de twee rijstroken. Ik zie dat waarin de linkerbroekspijp een been moet zitten, deze leeg is. Ik kijk vervolgens naar achteren om te kijken of het verkeer is gestopt. Ik zie ook gelijktijdig dat ongeveer 10 meter achter mij, MIJN linkerbeen ligt. Ik begin vervolgens de hele wereld bij elkaar te vloeken, te tieren en schreeuw het uit van machteloosheid. Ik merk dat een vrouw van een beveiligingsbedrijf bij komt staan. Ik hoor haar zeggen dat ze niet veel kan doen, maar houdt gelijk mijn hand vast. Ik vind dit prima en ik ben blij dat er iemand bij me staat. Ik word ook rustig en blijf volledig bij bewustzijn. In de binnenzak van mijn motorpak gaat tot twee keer toe de GSM af. Ik vraag aan deze vrouw of zij de telefoon wil aannemen als deze nog een keer afgaat. "Nee", roep ik, pak gelijk de telefoon maar uit de binnenzak en bel een nummer in Arnhem. Ook zie en merk ik dat twee personen van de Connexxion bij mij komen knielen. Een van hen zie ik niet, maar bemerk wel dat deze de helm en zo mijn hoofd vast heeft om te voorkomen dat ik ongecontroleerde bewegingen kan maken. De tweede persoon gaat knielen tegenover mij. Ik geef aan dat hij ASAP ( as soon as possible) het linkerbeen moet afknellen, anders gaat het niet goed. In eerste instantie gebruikt hij zijn duimen, later blijkt dat hij een zgn. tie-rib gebruikt heeft.

Ik weet inmiddels dan ook dat het thuisfront is gebeld. Ondertussen is het ambulance personeel bezig met mij. Ik weet niet precies wat zij doen, maar ik hoor een verpleger zeggen: "dit verrekte infuus lukt niet, dat doen ze maar in het ziekenhuis". Op het moment dat het ambulance personeel mij de ambulance in rijden, hoor ik èèn van hun zeggen: "verrek, om zijn been zit nog een tie-rib". Wat ze ermee hebben gedaan weet ik niet, maar ik neem aan dat deze verwijderd is.

Ik ben vanaf het begin er volledig bewust bij geweest. Op de 1e hulp merk ik dat een aantal kledingstukken worden verwijderd. Ik hoor ook dat zij met het traumaziekenhuis in Rotterdam hebben gebeld om te horen of het onderbeen behouden kan worden. Ik weet ook dat het antwoord negatief was, ik zou er meer last van hebben gehad dan gemak.

Ik heb ongeveer 1,5 uur op de OK van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem gelegen. Tijdens de operatie bleek ook dat de linkerknie niet te redden was. Chirurg Bloemen van het Rijnstate ziekenhuis heeft o.a. samen Harry Jansen van de firma Hodes het linkerbovenbeen op maat gemaakt. Tussen het bezoek door liet ik mijn gedachten de vrije loop over het feit, hoe dit ongeval had kunnen gebeuren. Ik kwam tot de conclusie dat het domme, domme pech was. In eerste instantie baalde ik behoorlijk, maar besefte tegelijkertijd dat ik verschrikkelijk veel geluk had gehad. Ik was ook blij dat gelijk vanaf de eerste dag duidelijk was, dat ze mij op het werk niet kwijt wilden.

Dinsdag 21 november 2000, de 2e dag alweer. Vanaf dat moment wordt je eigenlijk geleefd. Je hebt geen flauw benul, hoe lang het herstel en de daaropvolgende revalidatie zal gaan duren. Ik ben wel vanaf de 1e dag positief gebleven en dat heb ik later nog hard nodig, zal later nog blijken. Ik heb in het Rijnstate ziekenhuis op de 2e dag kennis gemaakt met een revalidatiearts. Ik gaf aan dat ik zo snel mogelijk wilde gaan beginnen met de revalidatie. Na 1,5 week werd ik overgeplaatst naar het revalidatiecentrum "Groot Klimmendaal" in Arnhem.

Vanaf het moment in het revalidatiecentrum ben ik er hard tegenaan gegaan. Ik heb de revalidatieartsen, verpleging en therapeuten laten weten dat ik verder niets mankeer en zo snel mogelijk weer wilde gaan lopen. Tijdens de eerste gesprekken aldaar, heb ik laten blijken dat ik goed lopend en zonder krukken het revalidatiecentrum wilde verlaten. Tevens wilde ik weer actief aan diverse sporten meedoen zoals voetballen, badminton, hardlopen en fietsen. Dit eisenpakket betekende nog al wat voor de prothese die aangemeten moest worden.

Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in de aanvraag van een C-leg. Zowel de revalidatieartsen als de therapeuten waren ervan overtuigd dat ik nog volop in het leven stond. Ook speelde mee dat ik weer in het arbeidsproces kon worden ingezet. Begin januari 2001 is de C-leg aangevraagd bij de ziektekostenverzekeraar. Op 8 januari kreeg ik een noodprothese. Ik had weer het gevoel dat ik op een bepaalde manier weer nuttig kon zijn. Een noodprothese wordt ook gezien als een noodprothese omdat de stomp behoorlijk kan slinken. een definitieve prothese heeft om die reden de eerste tijd geen zin.

Vanaf 8 januari 2001 tot 13 maart 2001 heb ik verschillende knieën en kokers op de proef gesteld. Het is hard werken om het lopen met een prothese onder de knie te krijgen. Alles moet weer opnieuw geleerd worden. De knie die het best met de C-leg vergeleken kan worden is de 3R80 . Zo heb ik in een paar maanden behoorlijk moeten trainen om te kunnen lopen met de C-leg zoals ik dit nu doe. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat ik er nu klaar mee ben. Nee, de basis is gelegd, ik ga de zaken uitbouwen. Ik probeer samen met de therapeuten erachter te komen wat het meest haalbare is. Zo leg ik voor mij steeds de lat een stuk hoger. Ik kan in ieder geval weer actief fietsen, autorijden, lopen tegen een helling op en af, etc etc.

Met dit schrijven van het ongeval en de ervaringen daarna, hoop ik mensen te kunnen motiveren om tijdens de revalidatie hard ertegen aan te gaan om zo het maximale uit een prothese te kunnen halen. Heel veel moet van jezelf komen. Wanneer de techniek van formidabele kwaliteit is, maar de motivatie en het doorzettingsvermogen van de persoon die het moet doen, nihil is, heeft het geen zin er een dure knie eraan te spenderen. Het is weggegooid geld.

Web Analytics